| het Ene veld / zero point fields - tekeningen & ontwerpen |
|
Obscured by thoughts. Er is een tijd geweest dat het landschap nauwelijks veranderende, dat het bezield was door een vreemde tijdloosheid. De hedendaagse mens is het niet meer gewoon om een deel te zijn van een landschap dat onveranderlijk is. We zijn eerder gewend geraakt aan het steeds veranderend beeld van de wereld. Verandering is synoniem of teken geworden van een wereld in beweging. Daardoor gekenmerkt met een bevreemdend gevoel van vitaliteit dat het de toeschouwer geeft. Het landschap dat wij niet meer kennen blijft een vage, maar intrigerende herinnering die knelt als een fantoompijn, ergens uit een jong verleden.
|
| De mens, als kunstenaar, reist in zijn landschap. Hij verdwijnt erin als een fragmentarische observator, als een deemoedige zwerver die zijn nomadisch bestaan cultiveert door de illusie van tijdloosheid op te tekenen. ‘Tekenen’ en ‘betekenen’ hebben daardoor in wezen hetzelfde met elkaar gemeen. Maar tussen registreren en begrijpen ligt een wereld van verschil. Wellicht is het dit dat de kunstenaar drijft op zijn weg. Het is niet het ‘vinden’ dat hij zoekt, (want het vinden vind hij in zichzelf), maar het steeds blijvende beeld van de louterende utopie die sluimert ergens in zijn hoofd. A head obscured by thoughts. |
|
Uit ‘brieven aan een landschap’ Stefaan van Biesen
|
 |
|
In het oeuvre van Stefaan van Biesen is de tekening een minder gekend gegeven in zijn werk. Doch staat het tekenen als ‘gedachtendrager’ centraal in zijn artistieke bezigheden. Het is zijn labo, het optekenen van installaties of performances die ooit wel of niet gerealiseerd worden. Het is in dit opzicht in de loop van tijd een ‘archief aan beelden’ geworden waaruit de kunstenaar naar keuze kan putten. Het is vaak een onderzoek naar de mogelijkheden van een plaats en hoe een kunstwerk zich zal verhouden tot een plek. Het denken rond een nieuw werk en het proces dat hier aan voorafgaat, resulteert in een waaier van beelden, brieven of sculpturen die voor de kunstenaar een belangrijke plaats innemen als noodzakelijke voorwaarde tot de realisatie van een ruimtelijk werk.
|
| Het imaginaire aspect van het zich ‘invoelen’ in een ruimte of plaats, uit zich in een reeks ontwerpen die de relatie natuur/cultuur bevragen. Hierin wordt stilte een instrument van de kunstenaar. Een ensemble van tekeningen die hij eerder toonde vorig jaar draagt de naam ‘Stiltegebieden’. |
|
Yoon Hee Lamot schrijft hierover: ‘Stiltegebieden zijn natuurgebieden waar je geen lawaai mag maken. Stilte is een begrip dat iedereen in deze moderne maatschappij wel kent, maar slechts zelden nog echt beleeft. Dat Stefaan van Biesen zo’n gebied probeert te creëren in een galerie is dan ook opmerkelijk. Een galerie is namelijk een plaats waar kunst wordt getoond en dus per definitie een culturele ruimte. Van Biesen tracht echter de eeuwenoude tegenstelling natuur-cultuur op te heffen door de twee begrippen met elkaar in harmonie te brengen.
|
| Van Biesen is een landschapskunstenaar. Dit betekent niet dat hij een sculptuur maakt om ze in een of ander openbaar park of grasperkje neer te poten, of zijn dagen slijt met het schilderen van idyllische natuurgezichten. Nee, de landschapskunstenaar werk met het landschap. Hij integreert de natuur in zijn kunst of communiceert ermee door middel van zijn kunst.’ |
| Yoon Hee Lamot, Zone 09 oktober 2004. |
|
|
‘het oeuvre van Stefaan van Biesen lijkt op een tuin met nog ongekende en al vergeten bloemen. Als een archivaris bewaart en verzamelt hij objecten waarvan het territorium reikt tot de verste plooi van zijn geheugen. Hij bladert erin terug en herleest wat de moeite waard is. Originaliteit bestaat voor hem in het herstel van zowel grootse als de meest eenvoudige kleinigheden welke zich met een behendigheid buiten ons blikveld hadden geplaatst. Zijn werken gedragen zich als sporen die verwijzen naar verzonken relaties. Hij is een soort van ‘wederhaler’ en zoekt de verbinding met natuur, energie, verleden en verbeelding. Dit brengt hij tot een wondere samenhang. De fantasie wordt door hem bedreven met de nauwgezetheid van een wetenschapper. Als kunstenaar treurt hij evenwel niet wanneer de betekenis van de dingen net buiten handbereik blijft. Steeds is hij zich bewust van de kloof tussen wat wij weten en wat tot waarheid wordt benoemd. Al observerend wil hij zelf niet gezien worden of storen, dus maakt hij zich nietig en nestelt zich in de kunst. Als toeschouwer klop je aan en de stilte in zijn werk is van die aard dat je weet dat hij er is. Zijn werk boeit door de oorspronkelijke mannier waarop hij zich een wereld heeft opgebouwd.’
|
| Stefaan Van Bellingen ‘Inscripties’ Herman Teirlinckhuis, Beersel. |
|
 |
|
|
|
|
|
|
|