|
Michaël de Kok (° 1958.) - Nabeeld II |
| Bij Michaël de Kok wordt de voorstelling van het landschap een mentaal beeld, of zoals hij zelf benoemt, een nabeeld, een impressie die op het netvlies blijft nazinderen, maar ook een beeld van het idee landschap. |
|
Over het algemeen stelt hij de betekenisstructuur van het landschap schematisch voor met weinig details. In de natuurlandschappen primeert het weidse, het eindeloze. Hij maakt als het ware het sublieme zichtbaar. Zijn landschappen zijn naar de verte opgebouwd, alsof het essentiële onderwerp de verte zelf is. |
|
Zijn kleurgebruik, benadrukt mede de sfeer van deze nabeelden, ze zijn getaand, vervaagd, gewassen. |
|
Het licht in deze doeken is daarbij niet het zonlicht, dat alles scherp afbakent en zware schaduwen werpt. Het licht doemt op vanuit het landschap zelf. |
|
Beelden van een verleden die echter bol staan van verlangen, dus van toekomst. De onvermijdellijke melancholie van het verlangen, van het onbereikbare, van het onbevredigbare. |
|
Michaël de Kok schildert het eenmalige en niet meer achterhaalbare. Hij herinnert ons aan de werkelijkheid en voert er ons tegelijkertijd van weg. Hij leidt ons ook op de grenzen van de representatie, de herkenning en de abstractie. |
| Florent Bex, 2005 |
| Nabeeld l - februari 2004 - vorige tentoonstelling |