Lutgart Verdonck


   Meditatie met het penseel

Het beginsel van het schilderen en van de omgang met het penseel zijn niets anders dan de innerlijke substantie van het universum aan de ene kant en zijn uitwendige schoonheid anderdeels.

Shitao (17e eeuw)

Het uitdrukkingsmiddel van de schilder is schilderen en niet spreken.

Met woorden kan men nooit de kern van het schilderkunstig proces benaderen. Naar een schilderij moet je kijken.

Bestaat een schilderij wel als er niemand is die kijkt?

De toeschouwer wordt uitgenodigd mee te gaan in het scheppend proces, mee te ervaren wat door de schilder wordt getoond

Vooraleer met het schilderen te beginnen brengt meditatie brengt de geest tot rust.

Tijdens het mediteren kan je een beetje afstand nemen van het gewoel van elke dag dat alle aspecten van ons leven beheerst.

Emoties en beelden komen op en verdwijnen als voorbij drijvende wolken waar men zonder identificatie louter naar kijkt. Er ontstaat ruimte tussen de gedachten, een andere dimensie van ons zelf

De bron om een goed kunstwerk aan te vatten  bestaat erin de geest te openden en zich terug te trekken in zichzelf.

De keuze van het materiaal is bepalend voor het materiële uitzicht van het werk. Schilderen met acryl of olie, of tekenen met houtskool of grafiet. Penselen, verf en palet. De schilder wordt geconfronteerd met het intens mooie witte vlak. Elke kleur zal zijn eigen werking weergeven. Zo kan rood vlammend overkomen en blauw eerder terugwijkend. Wit daarentegen is een kleur die er naar streeft om wit, om onaangeroerd te blijven.

Gelukkig is er wat Kandinsky de innerlijke noodzaak noemt om het penseel te grijpen en verfstreken op het witte vlak te plaatsen. Zo is men niet alleen geïnteresseerd in de eigen schepping, maar ook in de fundamentele noodzaak zich uit te drukken

Sommige van de schilderijen zijn erg langzaam ontstaan. In dit soort werk moet elke penseelstreek , elke kleur meteen raak zijn. De toets kan niet worden gecamoufleerd door glacis of overschildering.

In andere werken werd de achtergrond met kleine toetsen en lijntjes uitgewerkt. Dit vibrerend veld contrasteert met de grotere toetsen maar ondersteunt ze tegelijk.

Shitao, een chinees schilder, dichter en filosoof, geboren in 1641, leefde een tijd als boeddhistische monnik en schreef prachtig over de essentie van het schilderen. Hier een citaat: Men moet niet op een mechanische manier schilderen, men moet stijfheid en slapheid vermijden, men moet niet plomp of onhandig zijn, men moet zich niet wagen aan onredelijke denkbeelden, de elementen van de compositie niet verbrokkelen en de fundamentele samenhang niet verliezen.

Een hele opgave.

De schilder verkent niet alleen de innerlijke wereld maar ook de uiterlijke werkelijkheid, want alhoewel het materiële meer naar de achtergrond verdwijnt, heeft het toch een blijvende invloed.

Tijdens een wandeling langs een strand of in een bos wordt men getroffen door de schoonheid en de verscheidenheid van de natuur. De natuur, de steeds wisselende omgeving van de mens is een inspiratiebron voor de schilder.  Elke golfslag van de zee is anders dan de vorige. De lijnen die zich aftekenen in het zand en in het water vertonen dikwijls dezelfde beweging.

In verschillende werken kan men organische vormen en lijnen herkennen. Lutgart wil nooit een golf schilderen, maar wel leeft de beweging van het water in haar. Ze wil geen bloem schilderen maar de kleurenpracht die zich telkens anders ontvouwt zijn haar niet vreemd.

Shitao zegt verder: Maar ik, ik neem waar. Het gebergte is de zee en de zee is het gebergte. Gebergte en zee kennen de waarheid van mijn waarnemen: alles bestaat in de mens door de vrije penseelstreek.

De grens tussen figuratief en abstract vervalt.

Men kan geen appel tekenen, alleen maar een lijn en als men de lijn sluit, krijgt men een vlak. Men kan geen boom schilderen, alleen maar een toets of een penseelstreek.

Op deze manier, langs deze weg komt de schilder tot een zuiver picturale compositie. Het zetten van afzonderlijke toetsen en vormen die in verschillende combinaties gebruikt worden zijn ondergeschikt aan de totale compositie. Ze worden aangepast aan de grote compositie, omdat ze in die vorm moeten passen, deze vorm zelf zijn.

Een schilderij is het werk van een schilder. Maar naarmate het ontstaat, een eigen wereld wordt, legt het zichzelf wetten op waaraan de schilder moet gehoorzamen. Zo eist vrijheid gehoorzaamheid aan een ongeschreven wet.

De rest wordt dan weer het verhaal van de persoon die kijkt. Dit wordt vandaag uw verhaal.

Lutgart Verdonck - 2006