Openingswoord door Ernest Van Buynder “Foto’s uit de wereld van de volkstuinen”


Galerie Het Vijfde Huis te Antwerpen op 21 mei 2006

De fotografie heeft de laatste decennia grondige veranderingen ondergaan. Waar zij oorspronkelijk een middel was om de werkelijkheid te reproduceren, is zij voor vele moderne en hedendaagse kunstenaars geëvolueerd tot een cruciaal medium bij de artistieke beschouwing

En hier zijn natuurlijk diverse benaderingen mogelijk. Er is een Man Ray (1890-1976), die naar eigen zeggen de dingen fotografeerde die hij niet wou schilderen en de dingen schilderde die hij niet kon fotograferen. Er is de fotografische registratie van performances in de body art. Dit kan geïllustreerd worden met het vroege werk van Jan Fabre (Antwerpen 1958), dat thans in het MuHKA getoond wordt. Van sommige performances bleven inderdaad alleen foto’s over, zoals die van het in rood koord gewikkelde hoofd dat het resultaat was van de Red Lines Performance (1977) of die van de slakken in de Belgische driekleur op de rug van Fabre die tijdens de zogenaamde Window Performance/Offerandestraat (1977) gemaakt werden.

  

Andere fotografen, en niet de minsten, van Edward J. Steichen tot Marie-Jo Lafontaine, zullen in hun werk aansluiten bij de formele kwaliteiten van de schilderkunst. Ze zullen de onderwerpen ervan overnemen. En zo werd de fotografie gaandeweg opgenomen in de wereld van de Schone Kunsten. En in deze groep van “picturalisten” hoort Karel Rimanque thuis.  In een toelichting bij zijn huidige expositie schreef hij zelf: “Op zoek naar foto’s, ga ik mentaal als een kunstschilder tewerk.  Ik zoek beelden, die beantwoorden aan mijn aanvoelen van compositie, vormen en kleuren. De gulden snede is nooit veraf. Ik probeer een rustige geometrie in te vullen met de sfeer die uitgaat van het beeld dat ik wil vastleggen.”

In tal van musea, niet het minst in het MuHKA, worden vandaag specifieke afdelingen aan de fotografie gewijd. En zo verdween de suprematie van de schilderkunst in het hedendaagse kunstgebeuren. En toch, tal van fotografen blijven beroep doen op een modernistische of postmodernistische toeëigening van stijl of stijlen.  Ook hier weer kan het werk van Karel Rimanque geciteerd worden. In deze expositie verwijst hij zelfs tweemaal uitdrukkelijk met de titel naar de Italiaanse kunststrekking uit de jaren zestig “arte povera”. Een ander werk legt een verband met het constructivisme en kreeg als titel “geometrie in glas en metaal”. Voortdurend wordt de relatie “figuratie/abstractie” afgetoetst. Soms zijn er verbanden met de matièreschilderkunst, of zelfs via het kruismotief met het werk van een Dan Van Severen.

Talrijke fotografen lijken de grenzen van de klassieke museumcultuur te overschrijden, door als onderwerp een subcultuur te nemen, zoals vooral de scherpe Amerikaanse kunstenaars Larry Clark, Nan Goldin, Robert Mapplethorpe en Andres Serrano, maar ook vanuit een gans andere, zachtere hoek Karel Rimanque met de expo over volkstuinen. Maar zelfs dan kan hun werk nog dikwijls gesitueerd worden in het verlengde van de conventionele genres als het landschap, het stilleven, en het portret.  Dat laatste geldt evenwel niet voor deze expo. Niet minder dan vier foto’s uit de expositie hebben echter in de titel de term “stilleven” vervat. Ik citeer: “vierluik met stilleven”; “drieluik met stilleven”; “Japans stilleven” en gewoon “stilleven”. Trouwens ook de aanduiding van “drieluik” en “vierluik” verwijst nogmaals naar de schilderkunst.
Een voorbeeld uit het domein “kunst en recht”, zo dierbaar aan de UA-professoren Karel Rimanque en Frederik Swennen, moge deze stelling bijkomend illustreren. In het proces tegen de X Portfolio van de Amerikaanse kunstenaar Robert Mapplethorpe bijvoorbeeld won de verdediging de zaak door de foto’s in het museumvertoog in te schrijven, meer bepaald door de formele kwaliteiten van de foto’s te onderlijnen, in termen als de aanwending van licht, het centreren van de menselijke figuur en de klassieke proporties.

Na decennia van onderlinge rivaliteit lijken fotografie en schilderkunst zich onafhankelijk van elkaar of in hybride mengvormen zoals in het werk van de Duitse kunstenaar Gerhard Richter, in te schrijven in een beweging van wereldwijde groei van de hedendaagse kunst.  Doorheen de bevrijding van de esthetische concepten en de vermenging van culturen en stijlen zijn in ons huidig kunstbeeld alle modellen van representatie naast elkaar komen te staan, evenwaardig. Dit werd bewezen in de tentoonstelling in het MuHKA een vijftal jaren geleden, geconcipieerd door Luc Tuymans en Narcisse Tordoir, onder de titel “Trouble Spot. Painting”.

Tot daar de situering van het werk van Karel Rimanque binnen de stijgende belangstelling voor de fotografie in het huidig kunstbeeld. Maar er is natuurlijk meer. Het werk van Karel Rimanque weerstaat ook de toets van “authenticiteit” en “waarachtigheid”.

Het is authentiek werk dat een eigen kenmerk draagt. Het is om de termen van de Italiaanse filosoof en romanschrijver Umberto Eco te gebruiken ook een “open kunstwerk” dat op diverse wijzen kan gelezen worden: documentair en sociologisch als ensemble, vanuit de kunst, vanuit de schoonheid.

Het is om te besluiten ook waarachtig werk. Het is geen farce. Het steunt op waarheid, werkelijkheid en oprechtheid, waarden waarvoor ook de vzw Vredeseilanden zich inzet.

Ernest Van Buynder, voorzitter MuHKA

Roodkapje en de rozen
Spiegeling
Lichtkoker
het koude licht van november
Essentie van de herfst