| Bij de mens blijft de verbinding met verleden en oorsprong zichtbaar als een geronde wond in het midden van de buik. In die zin wijst de navel naar een verloren oorspronkelijkheid en symboliseert een soort van geheugenrest. Dit eenvoudig kroontje van vlees verwijst naar iets wat buiten onze lichamelijkheid en weten schijnt te liggen. Willens nillens ontvreemdt het ons van onszelf of zoals de mysticus Ruusbroec het zou uitdrukken : ‘het doet ons uit onszelf wegzinken’. Eens men deze geestelijke draaikolk als denkpad volgt, lost elke tastbare houvast snel op in een verpletterende imaginaire leegte. Bij de Russische cinéast Andrei Tarkovski, één van de belangrijke inspiratiebronnen van Jan De Wachter, blijkt ‘de wens’ vaak het ongevraagde paswoord tot de kaalheid van dit gebied. In de film ‘Stalker’ komt dit het meest expliciet tot uiting. Wanneer de drie hoofdfiguren het doel van hun tocht, de wenskamer, bereiken, durven ze de drempel van deze ruimte nauwelijks te overschrijden. Als een kafkaïaanse poort werkt ze dermate verlammend dat elke handeling stokt. Geconfronteerd met de eigen imaginaire ruimte, overvalt hen het tragische inzicht van de morele onvolmaaktheid in het diepste van hun wezen. Als immenser dan ons begrip, openbaart zich eveneens de onpeilbaarheid aan gene zijde van de navel. In de meest letterlijke zin garandeert deze noodzakelijke afsnijding echter het leven zelf. Dit litteken probeert de kunstenaar - als een metafoor voor oorspronkelijkheid - zin te geven. Dit spiritueel graven naar de grond van de dingen en de creatie van kunstwerken in het verlengde daarvan, vormt het hoofdgebeuren in zijn leven. Maar welke waarheid kan vervat liggen in het kunstwerk ? Laten we even terugkeren naar Delphi waar zich tevens het voornaamste orakel bevond. Niettegenstaande de benadrukte rationaliteit van de Hellenen, geloofden zij onherroepelijk in de uitspraken van dit orakel. Een dergelijke uitspraak betekende voor hen de waarheid en niets dan de waarheid. Kwam de orakeluitspraak evenwel niet uit, dan lag dit steevast aan de mens die het niet goed verstaan of verkeerd begrepen had. De status van eventuele valsheid of zinledigheid van het orakel werd dus nooit in twijfel getrokken. Het is namelijk op voldoende wijze misleidend om waar te zijn. Tegelijk lijkt deze dubbelzinnige status de waarheidsaanspraak van het kunstwerk het best te benaderen. |
![]() |
| De kern van waaruit Jan De Wachter zijn universum opbouwt, is de eigen omgeving. Vooral in zijn tekeningen schijnt hij een veld af te bakenen door middel van kruisjes in de hoeken. Het is een soort van zonering, de betekenis ervan is ontwapenend eenvoudig en verwijst naar de gekozen plaats waar men overleeft of ten onder gaat. Vooral de aanvaarding van de beperking werkt als zingevend draagvlak en maakt het mogelijk andere dingen te realiseren. Hoe paradoxaal dit ook lijkt, werkt de bewuste beperking eerder bevrijdend. In dit verband klinken de woorden van de grote Leonardo nog steeds even verhelderend : |
| Wij zijn allen insekten, levend binnen de lijsten van een schilderij. Wie dit niet beseft zijn echte insekten’ |
![]() |
| In dezelfde context spreekt de kunstenaar wel eens over het ‘ontgrenzen’ van de dingen, een proces dat wellicht pas ten volle tot stand komt als men voor zichzelf een grens heeft bepaald. Vandaar dat de omschrijving ‘eigen omgeving’ - sec gelezen - te ontoereikend blijkt om de volheid uit te drukken die de kunstenaar er in aanvoelt. Deze eigen omgeving manifesteert zich als een vorm van bewustzijn, onlosmakelijk verbonden met materie, tijd en geheugen. Vandaar dat zijn beeldproductie fundamenteel opgaat in een erfgoed en verbonden is aan een levensopvatting met bijhorend wereldbeeld. |
| Uit Omphalos, Stef Van Bellingen 2003 |
![]() |
"Se terrer" |
| De aarde is een naamwoord. De taal laat toe om van vele naamwoorden werkwoorden te maken. Bij 'de aarde' lukt dat niet. Een vreemd iets. Misschien komt het omdat we in onze cultuur de aarde vooral beschouwen als een voorwerp en niet als iets met een eigen werking. Zelfs Genesis leert dat wij ons moeten gedragen als de meesters van de aarde; daarom mogen we met agressieve machines en producten de aarde ongenadig onder het juk brengen. Zonder schaamte verkrachten we met onze agricultuur de vulva van de aarde. Onze heerschappij als een akte van geloof ! |
|
Niet iedereen wil heden nog een zoon van Adam zijn. Er zijn mensen die bezig zijn te beslissen een mens -een Homo sapiens- te worden. Het Latijnse woord Homo is verwant aan het woord 'humus'. Kind van de vruchtbare aarde, zo ziet de Homo zichzelf die de naam mens waardig wordt. In dit humus-perspectief beschouwd, vormen tal van schilders, cineasten, romanciers en dichters uit Vlaanderen en Frans-Vlaanderen een 'humane' school. Hun kunst wortelt niet in de eeuwenlange heerschappij van Adam. Hun werken zijn in de volle zin aardenwerken kunst want ze beoefenen "de trouw aan de aarde", waarover Nietzsche sprak. |
|
In hun beelden die ontspringen aan deze trouw, weerspiegelt zich de aarde. Daar legt ze haar onderworpen status af. In de aardbeelden onthult ze haar eigen werkende kracht. |
|
De kunst die ontspringt aan de kracht van de 'Humus' straalt de wijsheid van de aarde uit. De 'sapientia' van de Homo sapiens ondergaat in de beeldende ruimte van zijn kunst een metamorfose. Van een wijsheid die voortkomt uit de zelfgenoegzame rede die koortsachtig haar eigen wetenschappelijk en technologisch rijk uitbouwt, gaat ze over in een wijsheid die grondt in het luisteren naar de adem van de aarde. Deze wijsheid contempleert de sacrale macht van de aardse vruchtbaarheid. Dergelijke wijsheid ziet zijn schilderen als een "se terrer". De aarde wordt hier door de nieuwe Homo sapiens een werkwoord. De 'huminale' kunstenaar ‘se terre’. Met zijn volle geest 'landt' hij op de aarde. Dat betekent dat hij met zijn blik, zijn handen, zijn voeten en heel zijn wezen gaat staan in het land-schap. Daar ontvangt hij van zijn moeder de aarde de wijsheid die stroomt in de beelden die getuigen van een nieuwe sacraliteit, één die geen oorzaak is van doodslag, één die geen inquisitiekerkers bouwt, geen heksen verbrandt en geen mensenkinderen offert voor God en vaderland; een wijsheid waarvan de vroomheid broos is, zo broos als het herfstblad dat langzaam landt zonder dat het iemand opvalt. |
| Sylvain De Bleeckere (dr. filosoof), 2002 |
| tentoonstelling open op za - zo van 11u tot 18u en na afspraak |
Inleiding vernissage |