|
|
Jan De Wachter |
|---|---|
Schilderijen - sculpturen -tekeningen |
|
Omphalos |
|
|
Het werk van Jan De Wachter is een samengaan van kleur, materie en muziek. Al gebruikt de kunstenaar dan grijzen, bruinen, vuile witten en grijzen; niet direct wat voor ons geestesoog verschijnt als je aan ‘kleur’ denkt. Maar toch, zelfs bij een vluchtige blik, wordt het snel duidelijk dat kleur een hoofdrol krijgt toebedeeld. De kleur trekt onze aandacht, ze spreekt ons toe ze richt zich rechtstreeks tot ons, met een discrete fluistering of een niet te negeren gegrom. Waar je ook kijkt, je ziet kleur vooraleer je materie of beeld herkent. Vlekken kleur, vegen kleur, druppels kleur, opgehoopte kleur... |
|
|
De kleuren maken het beeld, ze creëren de vorm. Tegelijkertijd dragen ze ook de expressie. Ze vertellen je een verhaal over een kunstenaar die geworteld is, die verbonden is met grond, in verschillende betekenissen: |
|
|
|
|
Materie! In het verhaal dat met de kleur is begonnen, zal de materie de verhaallijn overnemen en versterken. We luisteren - kijken - naar dit meerstemmig verhaal als in een muziekstuk waar een tweede groep instrumenten een eerste is bijgetreden (de kunstenaar noemt muziek als één van zijn grote inspiratiebronnen). |
|
|
Jan De Wachter is een materiemens, hij is erin geworteld. Hij graaft en wroet erin zoals in de grond. Hij speelt ermee zoals een kind in het zand: de ene keer met groot plezier, voortgedreven door het gevoel van het zand dat zo aangenaam door zijn vingers glijdt en zich in onverwachte vormen nestelt, de andere keer moeizamer, strevend naar dat perfecte zandkasteel dat hem steeds weer lijkt te ontglippen. Altijd echter is het proces belangrijk en vallen de sporen van de kunstenaar, het traject dat hij heeft gelegd, uit het oppervlak van de werken - schilderij, object of tekening - af te lezen. |
|
|
Op dit basso continuo brengen de vormen, de tekens, de beelden accenten aan. Ze geven de basismelodie meer kracht en focus of doen integendeel de gedachten afdwalen naar andere sferen, hoewel we altijd met beide voeten op of is het in? de grond blijven. De beelden bevestigen dat verbondenheid met grond niet alleen te maken heeft met letterlijk geworteld zijn, met naar de grond gericht zijn, met ploeteren en wroeten en graven, met moeizaam vorderen, met Vlaamse akkers, met afbakenen. Die verbondenheid met grond kan inderdaad ook een meer filosofische of zelfs spirituele lading hebben. |
|
| De kussens bijvoorbeeld, roepen visioenen van rusten en slapen op. De slapende houding horizontaal, dicht bij of zelfs op de grond verwijst naar die directe band met grond. Aan de andere kant is de slaap ook een toestand waarin de geest op de voorgrond treedt: de indrukken van de dag worden verwerkt in dromen en er wordt nieuwe mentale energie opgebouwd. | |
| De bijenkorf die heel direct naar de natuur en de levenscycli verwijst. De kunstenaar die zelf ook bijen houdt wordt echter vooral door het beeld van de bijenkorf aangetrokken omdat hij gefascineerd wordt door de mysterieuze bezigheden en bewegingen die erin verborgen blijven. Door de kracht die van binnenuit wordt ontwikkeld. | |
| Een ander veel voorkomend beeld, de voeten, doet niet alleen denken aan het fysieke contact van de mens met de grond, maar kunnen ook worden geïnterpreteerd als een herinnering aan het spoor dat soms letterlijk door de kunstenaar doorheen zijn materiaal wordt getrokken: we kunnen zijn denken en handelen tijdens het ontstaan van de werken volgen in hun oppervlak. Op diezelfde manier trekt de mens zijn sporen in de aarde waarop en waarvan hij leeft. | |
| Het fruit, dat we niet alleen met de natuur, met de vruchten van de aarde kunnen associëren, maar ook met de eeuwige levenscyclus van voeden en gevoed worden, van groei en vergankelijkheid. | |
| Een dan is er ook nog de tafel, een oud motief in het oeuvre van Jan De Wachter, dat symbool staat voor dialoog. Voor een plaats waar mensen die met elkaar verbonden zijn, samen komen en waar nieuwe verbintenissen en verbonden ontstaan. | |
| Daarbij - onzichtbaar, maar alomtegenwoordig - is er nog het woord, soms in het werk, meestal ernaast? De titels komen na het ontstaan van de werken, en zoals de overkoepelende titel van deze tentoonstelling vormen ze een echo van de grond van de zaak. ‘Omphalos’ betekent navelsteen, een navelvormige steen (de vorm zou ook veel weg hebben van die van een bijenkorf) om het midden van de bewoonde wereld te markeren, de navel van de wereld aan te duiden. De navel een begrip met minstens zoveel betekenissen als grond. De navel is tegelijk het middelpunt van ons zijn: hij herinnert aan ontstaan, maar ook aan scheiden: aan leven en dood. Maar de navel is vooral een teken van verbinding, van verbonden-zijn; met grond, met elkaar, met verleden en toekomst, met het leven. | |
| Als je de gelegenheid neemt om rustig met eigen ogen naar het werk van Jan De Wachter te kijken, raad ik je aan om te vergeten wat je zojuist heb gelezen. Uiteindelijk is één van de mooie dingen in de kunst immers de persoonlijke, misschien mag ik wel zeggen, intieme relatie die de toeschouwer met elk werk opbouwt: een relatie die juist spannend wordt door het wederzijdse onvervuld verlangen naar kennis en begrip. Toeschouwer en kunstwerk met elkaar verbonden in hun zoektocht naar de navel, de grond van de zaak. | |
| Naar de inleiding van Marijke Van Eeckhaut, 23 oktober 2003 | |